We zijn de Marokkaanse exit gepasseerd (de redelijke asfaltweg houdt direct op) en belanden in een bufferzone van 30km niemandslands. Over de zand/karresporen rijden we door het mijnenveld van Polisario. De eerste, en zeker niet de laatste keer dat we rijplaten en de sleepkabel nodig heb.
Van witte zandvlaktes...
..en de eerste nomadententen..
..naar de hoofdstraat van Nouadhibou. Wat een teringzooi (rechts).
Voor de vakantiestemming heeft men voor mij een koel blikje cola en een palmboom getekend waar ik onder kan zitten.. (rechts)
Mijn Mauretaanse bedje + Mauretaanse familiedeken (ik was mijn slaapzak vergeten)
Hier lig ik op de ijzererts spoorlijn waar de langste trein ter wereld (2.3km) dagelijks over rijdt.
Godzijdank! Hadden we een mobiele toiletpot mee. Waarom we ermee hebben lopen zeulen weet ik niet, het was tenslotte comfortabeler om gewoon in het zand te kakken, maar we hadden in ieder geval veel lol bij de fotosessie.
Wakker worden in de Sahara is toch een aparte ervaring. Je vraagt je allereerst af "Waar ben ik!", maar daar ben je dan na een halve dag nog niet achter... Toch is het mooi als je 's ochtends trek hebt en je vindt helemaal onder het reservewiel nog een pakje "Good Noodles". Hurray!
We bereiken een geitestal, waar een pikzwarte kerel met tulband ligt te tukken. Dit blijkt de Mauretaanse grenspost te zijn. Nadat we hem 50 euro betalen en dit herhalen bij nog twee geitehokken zijn we er: Welkom in Mauretanie! NOT! Het eerste bord dat we zien, geeft slechts aanwijzingen om je ledematen te behouden in dit land. ATTENTION!

De tientallen scheepswrakken in de haven lijken, met een beetje fantasie, uit een woeste zeeslag tussen piraten en kolonisten te komen. Al zijn het waarschijnlijk kapotte vissersboten waarvan niemand de moeite neemt om ze af te breken, op een paar Afrikanen na die de bekabeling eraf slopen en deze in de fik steken om het waardevolle koper over te houden.
Onze watervoorraad voor we aan onze roekeloze trip naar Atar begonnen. En wij hebben zelfs nog grappen gemaakt dat we teveel water hadden ingeslagen. Sukkel die ik was.
De enige boom die je op zo'n dag tegenkomt, is natuurlijk een buitenkansje en kun je niet laten liggen! Maar oh wat is dat taai spul. Zelfs met de auto lukte het niet om alles los te trekken. Gelukkig hadden we de eerste nacht toch nog genoeg verzameld voor een gezellig kampvuur. Die extra bodemerosie heb ik later weer goedgemaakt.
Tiny vond het na 1,5 dag wel leuk geweest en verzuchtte "was ik maar nooit op reis gegaan". Ze had ook wel pech met haar auto, want hoewel hij er erg stoer uitzag (er was weken aan geklust en geschilderd) blijken Strange Rovers toch niet gemaakt om door het zand te rijden. Af en toe was het zelfs zo erg dat we zonder rijplaten niet vooruit kwamen. Dat betekent: de hele dag onder de brandende Sahara-zon rijplaten van vele kilo's sjouwen, ingraven, 2 meter rijden, platen uitgraven, voor de auto slepen enzovoorts enzovoorts.
De 2e avond zat de feeststemming er goed in en wenste iedereen dat ie weer thuis was. Vooral omdat we ontdekten dat we gruwelijk te weinig water mee hadden en dit kostbare goedje dus op rantsoen moest. Bovendien hadden we noodgedwongen kamp op moeten slaan omdat het donker werd en de Range Rover muurvast zat in een stuk mul zand waar geen eind aan leek te komen. Hoe zou dit af lopen? De volgende dag kwam de Engel Gabriel voorbij, compleet met tulband en Toyota Hilux met Satelliet antenne, die na enig overleg in de Defender sprong en de Range Rover 6 kilometer aan de sleepkabel tussen de spoorrails door trok, iets dat wij zelf niet durfden omdat we bang waren dat er een trein aan zou komen. Anyhow, reden we de middag van de derde dag op een wat hardere vlakte toen er een vreemd geluid onder de Range vandaan kwam. Een gapend gat in het achterdifferentieel...
Daar sta je in, midden in het niets.
Godzijdank spaarde Menno al vanaf zijn 11e Landrovers en heeft deze in een paar uur tijd het achterdifferentieel uit kunnen schakelen zodat we in ieder geval op de voorwielaandrijving verder konden. De gaten werden met de goddelijke Ductape afgeplakt.

In de zon heeft deze thermometer de 50,5 graden getipt, maar ik durfde hem niet langer vast te houden uit angst dat het kwik in mijn gezicht uit elkaar zou spatten..
Deze boeken zijn uit de 11e eeuw en liggen in de bibliotheek van Cinguetti, de 7e heilige stad van de Islam.
Een straatje in de spookstad Cinguetti, waar nu nog maar een paar honderd mensen wonen. We zijn hier op weg naar de geocache, een kilometer buiten de stad.
Een begraafplaats in de rotswoestijn bij een verlaten dorp.
De eerste en enige geocache van Mauretanie! Tot mijn grote spijt hebben we, zelfs met 8 man sterk, niet zoveel zand weg kunnen scheppen om iets te vinden. Waarschijnlijk zijn er teveel zandstormen overheen gewaaid...
De woestijn buiten Cinguetti
Een "geheime" oase buiten Atar, waar de Duitse Tobias ons naartoe brengt. Ik durf er niet te zwemmen, aangezien ik net het hoofdstuk over Bilharzia heb gelezen.